Buurtschap te Veld

Aan de Castiliëlaan in Eindhoven komen in totaal 670 woningen. 350 van deze woningen zijn bestemd voor sociale huur, waarvan wij 100 woningen bouwen. De woningen zijn in verschillende kamers gebouwd.  

De locatie van de woningen

De nieuwe buurt is in stadsdeel Woensel-Noord. 
Het is een compleet nieuwe buurt en de woningen zijn deze opgedeeld in zogenoemde kamers. Wij bouwen in 4 kamers in te Veld. 

  • Kamer I - Eikberg
    • 7 appartementen en 14 woningen zijn opgeleverd.
  • Kamer B - De Voorstad
    • 11 woningen met 2 slaapkamers zijn opgeleverd. 
    • 15 appartementen met 1 slaapkamer zijn opgeleverd
    • 5 appartementen met 2 slaapkamers zijn opgeleverd
  • Kamer M - Groenendijk
    • 29 appartementen met 2 slaapkamers - verwachte oplevering: 2026
  • Kamer E - Overakker
    • 12 appartementen met 2 slaapkamers zijn opgeleverd
    • 8 appartementen met 1 slaapkamer zijn opgeleverd

Meer informatie over deze kamers lees je door op de hierboven genoemde naam te klikken of op de website van Buurtschap te Veld

Wat Buurtschap te Veld zo anders en uniek maakt

Buren wonen hier gemoedelijk naast, maar vooral mét elkaar. Het is dan ook belangrijk dat je echt past bij dit bijzondere nieuwbouwproject. Samen wonen kan alleen als huurders zich aan afspraken houden. Deze staan in de Buurtschapsafspraken van te Veld. In de nieuwe buurt wordt op een nieuwe manier invulling gegeven aan wat een buurtschap kan zijn. De bedoeling is dat bewoners zich verbonden voelen met elkaar en met het landschap. Samenwonen in het groen staat centraal. Natuurlijk zijn alle kamers groen en autovrij.  

De woningen

Er zijn verschillende soorten woningen, we hebben woningen met 1 of 2 slaapkamers. De woningen – sommige alleenstaand, anderen geschakeld of gestapeld – worden in kamers gebouwd. De woningen zelf worden gemaakt van veelal natuurlijke materialen en staan midden in het landschap: grote ‘tuinen’ die je deelt met de rest van de buurt. Zo kunnen de toekomstige bewoners elkaar ontmoeten en samen activiteiten ontwikkelen. 

Bron: Tom van Tuijn Stedenbouw